Red Dead Redemption
Review | 25 mei 2010 - Ik ben er zo eentje die vroeger, als klein kind op de basisschool, altijd als cowboy verkleed naar carnaval ging. Cowboyhoed op, stoppelbaardje schminken, bruin leren vestje, spijkerbroek, grote gesp aan de riem en natuurlijk een (klappertjes)revolver aan de heup. En je dan helemaal de man voelen natuurlijk. Die tijd ligt inmiddels al flink ver achter mij, maar toch speel ik tegenwoordig weer cowboy’tje. Wederom dus cowboyhoed op, stoppelbaard laten staan en revolver aan de heup. Dit keer alleen niet op de basisschool, maar als virtuele cowboy in Rockstars Red Dead Redemption. Saddle up, cowboy!
Welkom in New Austin
Red Dead Redemption heeft, op de eerste twee woorden van de titel na, geen enkele band met Red Dead Revolver. Nouja, Rockstar had kennelijk een luie designer zitten die exact dezelfde cowboy qua design heeft gebruikt, maar het is ‘m niet! Red Dead Redemption kun je het beste even kort beschrijven als Grand Theft Auto, maar dan begin 20ste eeuw. Het speelterrein is ditmaal het grensgebied tussen de US en Mexico in een periode waar de wet nog nét niet echt grip heeft op het Wilde Westen en waarin Mexico een vrijhaven is voor allerhande gajes en gringo’s. New Austin, zoals het Amerikaanse deel heet, is een zeer divers en daardoor superinteressante speeltuin. Nog nooit zette Rockstar, of welke andere ontwikkelaar, zo’n divers landschap neer. In het noorden vinden we bergen, sneeuw en naaldbomen. Net over de grens in het zuiden bevindt zich een typische Mexicaanse woestijn, die zo als decor kan dienen in een themapark. Cactussen, wit zand, hier en daar een verlaten nederzetting met bouwvallige witte huisjes, we kennen het allemaal van de films. Tussen die twee uitersten bevinden zich vrijwel alle gebieden die je maar kunt bedenken. Gigantische rotsformaties, grasland, woestijn, grotere stadjes zoals Blackwater, met geasfalteerde straten, of typische western-stadjes met een saloon, een gunshop en een sheriffhuisje zoals je vroeger zelf van Playmobil kon bouwen. Elk gebied ziet er dus anders uit en dankzij bijpassende muziek ademt elk gebied weer een heel andere sfeer uit. Foute Mexicaanse muziek in Mexico, of mondharmonicamuziek in Armadillo, volledig in stijl van natuurlijk Once Upon A Time in The West. Ook de flora en fauna verschilt per gebied. Grizzlyberen in het noorden, poema’s in de bergen, bizons op de vlakte en vooral veel gringo’s in Mexico. Om de twijfel maar meteen dus weg te nemen, Rockstar’s nieuwste zandbak is een zeer toffe, uitgebreide zandbak waar je graag in speelt. We zouden ook niet anders verwachten.
John Marston en co.
Deze zandbak mag je, in de singleplayer, verkennen met John Marston. Een typisch Rockstar-character, blijkt al snel. John is iemand met een verleden, wat in het begin nog niet echt blijkt, maar wat langzaam door het verhaal naar buiten wordt gebracht. Net als onze vriend Niko Bellic wordt hij door dit verleden geforceerd te doen wat hij doet in Red Dead Redemption. In dit geval moet je een oude bendekameraad afvlammen, omdat The Bureau (voorloper van de FBI) dit van je eist en je via je familie chanteert. Ik kan niet anders dan toch een beetje een ‘been there, done that’ gevoel te ontwikkelen. Ook de andere characters die je tegenkomt, zijn precies wat je van Rockstar zou verwachten; erg cliché. Een doorgedraaide schatzoeker die zelfs graven plundert, een rondtrekkende kwakzalver met hoge hoed en gezet figuur, een Mexicaanse kolonel die net teveel op Tony Montana lijkt (zowel gezicht en haar als stem) en tal van andere figuren die wel zeggen dat ze je helpen, maar eerst talloze opdrachtjes uitdelen alvorens zij jou (misschien) van dienst zijn. John reageert precies zoals Claude, Tommy, CJ en Niko; wel een grote bek hebben maar toch braaf doen wat er gezegd wordt. Niet dat dit alles een slecht punt is, ik moest als vanouds soms erg lachen bij de Tony Montana-wannabe en ook de krankzinnige goudzoeker kon meermaals een lach op mijn gezicht toveren. Het is slechts een voorbeeld van hoe zichtbaar de hand van Rockstar in Red Dead Redemption is. En aangezien de characters van GTA altijd juist door hun clichématigheid zo leuk zijn, is dit zeker geen minpunt.
Minder dan GTA
Tot zover is de vergelijking met GTA op vele vlakken erg snel gelegd. Helaas scoort Red Dead Redemption op één vlak een stuk lager dan GTA; namelijk de muziek. Toegegeven, de muziek die je hoort, is sfeervol. De mondharmonica die je hoort rondom Armadillo (klein, stoffig, filmisch westerndorpje, compleet met tumbleweed) zet natuurlijk perfect de sfeer neer, maar wordt stiekem na een uurtje of wat saai. Met als gevolg dat free-roamen gewoon saai wordt. Je mist echt de muziek van GTA. En ja, ik snap dat een paard niet voorzien is van een Blaupunkt audiosysteem, maar toch maakt het het rondjesrijden op je paard wat minder interessant dan rondjes scheuren in je bolide.
Ander nadeel van de westernsetting, is het paard. Hoewel de wereld van Red Dead Redemption immens groot is, is je paard een stuk trager dan je Turismo uit GTA, of je helikopter. Nu heeft Rockstar een simpele fast travel feature ingebouwd. Of althans… simpel? De ene manier is een postkoets opzoeken in een stadje, maar dit kost geld. Dan heb je de mogelijkheid om een kamp op te zetten en te fast travelen naar een willekeurige locatie, maar dit kost vrij veel tijd omdat je dus eerst in je menu je kamp moet selecteren en dan je locatie kunt uitkiezen. Ik had liever een kopie van het systeem van Oblivion gezien, gewoon op de map je gewenste locatie aanklikken et voila, je staat er. Tot slot is er nog een trein, maar daar pronkt waarschijnlijk een ‘NS’ logo op; je weet nooit wanneer de trein komt, gaat, of hoelang het duurt voor je bij je bestemming bent.
Adventure
Free-roaming




















